Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. indicator:


Uitgebreide vertaling voor indicator (Nederlands) in het Engels


indicator [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de indicator (graadmeter)
    the indicator; the gauge
    • indicator [the ~] zelfstandig naamwoord
    • gauge [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. de indicator
    the indicator
    – A dial or light that displays information about the status of a device, such as a light connected to a disk drive that glows when the disk is being accessed. 1
  3. de indicator
    the indicator; the scorecard indicator
    – A set of graphics, text, and colors for defining different levels of performance when comparing an actual value and a target value within a KPI. 1
  4. de indicator
    the indicator
    – A graphic that provides information about the state of an assignment, resource, or task. For example, a check mark indicator shows that a task is completed. 1

Vertaal Matrix voor indicator:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gauge graadmeter; indicator duimstok; ijk; ijkmerk; maatstaf; maatstok
indicator graadmeter; indicator knipperlicht
scorecard indicator indicator
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gauge diepte bepalen; diepte loden; kalibreren; meten; opmeten; peilen

Verwante woorden van "indicator":

  • indicatoren, indicators